
Meneer Plasterk,
Het rapportcijfer 9 ging gisteren naar Kamervoorzitter Martin Bosma.
Hoe hij het debat over uw informatiepoging leidde, was in één woord: grandioos.
Maar je hebt altijd baas boven baas.
En u was gisteren de opperbaas.
Een dikke 10, geef ik u.
Waarom?
Nou, omdat u een aan Winston Churchill toegeschreven citaat liefst twéé keer in de praktijk bracht.
“Tact is the ability to tell someone to go to hell in such a way that they look forward to the trip”.
(Advertentie)
Eerst had u een ogenschijnlijk allervriendelijkst gesprek met PvdA-fractievoorzitter Frans Timmermans.
Toen u zei dat u uit PvdA-kringen vaker had gehoord dat ze daar niet vrolijk werden van uw Telegraaf-columns en dat dat kwam doordat De Telegraaf een krant voor arbeiders is en zij “daar niet zoveel mee te maken hadden”, hapte Timmermans.
“Het grote verschil tussen de heer Plasterk en mij is dat ik de arbeiders van thuis uit mijn hele leven heb gezien en hij ze alleen vanaf een grote afstand heeft bewonderd.”
Als je Timmermans tot twee leugens in één zin kunt bewegen, ben je een grote.
Leugen één: Timmermans is geboren en getogen in de internationale diplomatieke wereld en vertoeft sinds hij volwassen is in de politieke eredivisie in Nederland en de Champions League in het buitenland en heeft van het leven van de arbeider zelfs geen benúl.
(Advertentie)
Zijn opmerking was alleen daardoor al een lachtertje.
Maar het werd nog erger met leugen twee.
U bent namelijk als zoon van een half-joodse voor de nazi’s naar Nederland gevluchte Duitse vader opgegroeid in de wijk De Venen in het zuidwesten van Den Haag. Geen Schilderswijk, maar zeker wél een arbeidersbuurt. En u heeft ook nog twee jaar bij ADO gevoetbald, waar Timmermans nooit verder kwam dan het supporterschap van Roda JC en die Italiaanse matennaaiersclub AS Roma.
Kortom: een volkomen misplaatste jij-bak van Timmermans, die weer eens duidelijk maakte hoe rot die man van binnen is.
Maar u zette Timmermans in een speelse manier, in uw houterige pose en met een grote glimlach op uw mond voor joker, dus Churchill zou trots op u zijn geweest.
Maar daar hield het niet op!
(Advertentie)
U ging er nog een keer overheen bij Pieter Omtzigt toen het over de dinsdag ging waarop hij de informatie liet klappen zonder daar netjes melding van te doen.
Vanuit het niets zei u opeens: “Misschien een aardig detail, dat is niet indiscreet om te vermelden: die dinsdagmiddag kreeg ik de vraag: ‘De heer Omtzigt moet snel naar het Postillion Hotel. Vindt u het goed dat hij er met uw dienstauto en chauffeur naartoe wordt gebracht?’ Je hebt namelijk als informateur tijdelijk een dienstauto met chauffeur. En toen heb ik gezegd: ‘Ja, dat lijkt mij uitstekend’. Maar ik wist natuurlijk niet wat het doel van die bestemming was… Royaal gebaar, waarom niet? Het is staatseigendom die auto, hij stond er.”
LOL.
Vileiner wordt het niet.
Vooral het tussenzinnetje ‘Dat is niet indiscreet om te vermelden’ is van Churchilliaans niveau.
Want het is natuurlijk úiterst indiscreet om te onthullen dat het bij Pieter Omtzigt altijd nóg erger kan zijn dan we inmiddels wisten.
Indiscreet, maar dik verdiend.

Zo reken je af met mensen die jou genaaid hebben.
Dus u komt een dikke 10 toe, meneer Plasterk.
Twee vliegen in één klap.
En waar ik ‘vliegen’ zei, mag u ook ‘katholieke gluiperds’ lezen.
Groet,
JanD
PS. Cadeautje! Ter herinnering aan een prachtige afsluiting van uw informateurschap.




