Beste Dilan,

Interessante strijd wordt dat, tussen de gemeenten die de islamitische hoofddoek toestaan bij hun tot voor kort uniform geklede BOA’s en de minister van Justitie en Veiligheid, die wel snapt wat het woord ‘uniform’ betekent.

Het is de strijd tussen kerk en staat.

De máchtsstrijd tussen kerk en staat.

Wie gaat die wedstrijd winnen?

Ik zie het voor me.

In de ene hoek van de ring staat namens de gemeenten, met zijn Utrechtse collega Sharon Dijksma als verzorgster, Moslimbroeder Marcouch met een boek te zwaaien.

We zien hem met een uitdagende blik naar de overkant kijken en horen hem lispelen.

“Surah An-Nur 24:31”.

“Surah Al-Ahzab 33:59”.

“Surah An-Nur 24:31”.

(Advertentie)

“Surah Al-Ahzab 33:59”.

“Surah An-Nur 24:31”.

“Surah Al-Ahzab 33:59”.

“Surah An-Nur 24:31”.

“Surah Al-Ahzab 33:59”.

De goede verstaander weet wat Moslimbroeder Marcouch bedoelt.

In Surah An-Nur (24:31) worden islamitische vrouwen geïnstrueerd om hun blik neer te slaan, hun kuisheid te bewaken en hun versieringen niet te tonen, behalve wat daarvan zichtbaar mag zijn. Het vers specificeert verder dat zij hun hoofddoeken over hun boezems moeten slaan.

In Surah Al-Ahzab (33:59) staat dat de profeet Mohammed zijn vrouwen, dochters en de vrouwen van de gelovigen moet vertellen om hun jilbabs (een soort mantel of een ruim overkleed) over zich heen te trekken.

Moslimbroeder Marcouch staat hier om te winnen.

Eerst wil hij de vinger.

Dan de hand.

(Advertentie)

En uiteindelijk het hele land.

“Allahu Akbar!”, lispelt Moslimbroeder Marcouch.

De zaal ziet zijn lippen bewegen en neemt het over.

Eerst zacht.

“Allahu Akbar!”

Dan iets luider.

“Allahu Akbar!!”

En tenslotte keihard (zoals bij de Hamas-feestjes op straat na 7 oktober).

“Allahu Akbar!!! Allahu Akbar!!! Allahu Akbar!!!”

De vrouw aan de overkant van de ring ben jij.

(Advertentie)

Moslimbroeder Marcouch en zijn aanhangers in de zaal maken jou de pis niet lauw.

Je slaat je blik niet neer, maar kijkt Moslimbroeder Marcouch midden in zijn gluiperige smoelwerk aan.

Je trekt het topje van je boksoutfit nog even recht, haalt het elastiek uit je haar en schudt je weelderige haarbos demonstratief los.

Je toont Moslimbroeder Marcouch van afstand de tattoo van de Davidster die je eind oktober uit solidariteit met de Joden op de bovenkant van je middelvinger hebt laten zetten.

En dan stap je naar het midden van de ring.

Je neemt de microfoon van de spreekstalmeester over.

En je zegt: “Moslimbroeder Marcouch, eigenlijk had collega De Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hier moeten staan. Maar die had een fotoshoot voor de Libelle die hij niet wilde laten schieten. Daarom heb ik nu de eer. Ik mag u mededelen dat het Zijne Koninklijke Hoogheid Willem-Alexander heeft behaagd u met gebruikmaking van artikel 61b lid 1 van de Gemeentewet wegens wangedrag en het schaden van het ambt van burgemeester per direct te ontslaan.”

De verbouwereerde zaal ziet Moslimbroeder Marcouch met een bek vol tanden staan en jou triomfantelijk glimlachen.

(Advertentie)

Waarna je de microfoon weer naar je mond brengt en tegen hem en een doodstille zaal zegt: “Op persoonlijke titel wil ik daar nog twee dingen aan toevoegen, Moslimbroeder Marcouch.”

Stilte.

“Ten eerste: hoofddoek in je broekje.”

Stilte.

“En ten tweede: doeidoei.”

Je dropt de mic en verlaat de ring.

Zo ongeveer zal het moeten gaan, Dilan.

Anders verliest de staat het van de moskee.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Je kúnt het!