
Mevrouw Jorritsma,
In retrospectief was 1950 een slecht ‘wijnjaar’ voor Nederland.
Er werden dat jaar meerdere baby’s geboren met aangeboren afwijkingen aan de amygdala, de hippocampus en de prefrontale cortex, de hersengebieden die een rol spelen bij het ontwikkelen van ons geweten.
Aan de buitenkant merkte je niks aan die kinderen.
Ze functioneerden in het gezin en op school ook gewoon normaal.
Alleen als ze op latere leeftijd macht kregen, of toegang tot grote budgetten, werden ze gevaarlijk.
Dan hadden ze geen enkele herinneringen aan hun eigen wan- en misdaden als er naar gevraagd werd, lapten ze wetten en regels aan hun laars als ze bijvoorbeeld een waterpomp in hun achtertuin wilden en gingen ze over lijken om dingen (zoals ‘functies elders’) voor elkaar te krijgen.
Slechte mensen werden het.
Het ergste is: ze zijn niet bekend met het gezegde dat er een tijd is van komen, en een tijd van gaan.
(Advertentie)
Daardoor zie je ze zelfs na hun 75ste verjaardag nog om de haverklap op televisie om te laten zien hoe belangrijk ze nog zijn.
Dan gaan ze bijvoorbeeld naar WNL, de huisomroep van hun partij, en melden ze vol trots dat ze niet op de partij die hen groot heeft gemaakt zóuden hebben gestemd als die partij een andere partij niet had uitgesloten van een volgende regeringsdeelname.
Dat doen ze uiteraard pas nádat hun partijleider die andere partij heeft uitgesloten van een volgende regeringsdeelname, want ze willen natuurlijk geen persona non grata worden binnen hun eigen partij.
Want anders mag de redactie van WNL u niet meer bellen van de nieuwe hoofdredacteur.
Nou bent u, van 1 juni 1950, tegenwoordig een tamelijk onschuldig voorbeeld van zo’n baby uit dat ‘wijnjaar’ met aangeboren afwijkingen aan de amygdala, de hippocampus en de prefrontale cortex.
Maar op 1 april 1950 kwam in Den Helder een nóg enger voorbeeld ter wereld: Ed Nijpels.
Helaas geen grap.
Groet,
JanD
PS. Cadeautje. Geen idee hoe ik er zo opeens op kwam.



