Meneer Timmermans,

Met een grote glimlach op mijn gezicht las ik het eerste interview dat u gaf sinds u op 29 oktober 2025 als een dief in de nacht vertrok als leider van GroenLinksPvdA.

De uitslag van de eerste exitpoll (min vijf zetels) was dramatisch, u kon het premierschap wéér op uw buik schrijven en u was weg.

We moesten het doen met af en toe een half door AI geschreven opiniestuk in een bevriende krant en publicaties op Substack, maar die kan ik niet lezen omdat u mij op dat prachtige platform blokkeerde.

U was de eerste.

Een hele eer.

Razend nieuwsgierig was ik dan ook naar het interview.

Ik wilde vooral weten of u nog net zo’n zelfingenomen langetenenkwezel was als voordat u voor de tweede keer een pak slaag van de kiezer had gekregen.

Een retorische vraag natuurlijk.

Want u wist bij de kop al dat u niet teleur ging stellen.

Die luidde: “Ik zou een hele goeie minister-president zijn geweest”.

(Advertentie)

 

Daar dachten dus 12.221.350 van de 13.589.128 stemgerechtigden anders over, maar ik was benieuwd of u er behalve die stuitende hoeveelheid eigenwaan ook argumenten voor had.

Oók een retorische vraag 🙂

Laat ik even wat timmermansiaanse citaten uit het interview plukken.

Over het moment dat u stopte.

“Het is alsof je een Ferrari met 150 kilometer per uur in een garage parkeert.”

Over hoe u ervaart dat u net als andere werklozen iets moet doen om uw uitkering te behouden.

“Ik moet allemaal werkbriefjes invullen om te laten zou wat ik heb gedaan om aan werk te komen. Ik zit in een re-integratietraject, alsof ik uit de samenleving was.”

Over hoe onmisbaar u zich waant voor de maatschappij.

“Ik barst van de energie, wil door tot mijn 75ste.”

Over de vraag of het kabinet-Jetten u wél op waarde weet te schatten door u een prachtplek in de baantjescarrousel te bezorgen.

“Ik merk daar heel weinig van, in mijn richting nul.”

Over waarom u na de afgang van 2023 in 2025 toch weer lijsttrekker van het fusiegedrocht wilde worden.

“Niemand anders dan ik kon de lijst trekken.”

(Advertentie)

 

En: “Ik was de enige die GroenLinks en PvdA bij elkaar kon houden.”

En: “Ik deed het voor de club.”

Over waarom u niet eens fatsoenlijk afscheid nam van uw eigen fractie en ontbrak bij het oprichtingscongres van PRO.

“Ik wilde niet dat de oude baas nog even zou komen kijken, applaus incasseert en vertelt hoe hij vindt dat het moet.”

Het grappige was: u bleef tussendoor maar benadrukken dat die afgang bij de Tweede Kamerverkiezingen en dat misgelopen premierschap niet zoveel met u gedaan hebben.

Ook daar had u een verklaring voor.

U deed het allemaal louter uit dienstbaarheid.

Ik las: “Ik moest niet per se voor mezelf premier worden.”

Dat was het moment waarop ik medelijden kreeg met de mensen van het re-integratiebureau.

Je zou maar iemand moeten begeleiden die na ruim acht maanden nog zo in de ontkenningsfase zit.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Hij is er in meer dan twintig talen.

***