
“Het vertrouwen van Nederlanders in elkaar is ten opzichte van dertien jaar geleden gegroeid.”
“Echt?”
“Het vertrouwen van Nederlanders in rechters is ten opzichte van dertien jaar geleden gegroeid.”
“Serieus?”
“Het vertrouwen van Nederlanders in de politie is ten opzichte van dertien jaar geleden gegroeid.”
“LOL.”
“Het vertrouwen van Nederlanders in het leger is ten opzichte van dertien jaar geleden gegroeid.”
“Joh!”
“Het vertrouwen van Nederlanders in de pers is ten opzichte van dertien jaar geleden gegroeid.”
“Rot op!”
“Het vertrouwen van Nederlanders in de Europese Unie is ten…”
“Haha. Leugens!”
“Dat zeg ik.”


