“Vraagje”, zei iemand gisteravond. “Heb jij nou nooit eens zin om die mensen die lopen te zeiken en te zuigen over je stukkies, die doelbewust je woorden verdraaien om hun punt te maken, die je uitmaken voor racist, voor fascist, voor weet ik wat allemaal, die je kanker toewensen, die je dood willen, die hopen dat de volgende aanslag jou treft, die allemaal smerige dingen over je overleden moeder zeggen, om die een keertje op te zoeken, zachtjes op hun schouder te tikken en dan hélemaal de tyfus te slaan?”

“Jawel”, antwoordde ik. “Maar zo dom ben ik niet.”