We gingen in een klein bootje zeevissen, mijn vader, een aangetrouwde neef van moederskant en diens zoontje en ik.

Wij verzorgden het snoepgoed en de drank, zij de broodjes voor de lunch.

Het duurde nog geen tien minuten of ik werd kotsmisselijk. Dat hield niet op toen we voor anker gingen. Zij gingen vissen, ik dook ziek het vooronder in.

Daar ontdekte ik dat kauwen goed hielp. Dus ik at bijna de complete snoepvoorraad voor die dag op.

Toen mijn vader het ontdekte, keek hij vooral teleurgesteld.

En beschaamd.

Ik had liever gehad dat ie me stijf had gescholden.

Meer van dit? Er is ook een boekje van.