
Beste Leo,
Jij bent wetenschapper.
Je hele carrière beweerde je te strijden tegen de onderbuik. Met feiten. Want feiten zijn in de wetenschap heilig.
Toch?
Daarom heb ik met grote verbazing jouw afscheidsinterview in het Algemeen Dagblad gelezen. Ter gelegenheid van je pensionering mocht je op twee volle krantenpagina’s zeven ‘migratiemythes’ ontkrachten.
Wat mij opviel?
Dat je bij al je boude beweringen niet één controleerbaar cijfer leverde.
De wetenschappelijke feiten waarmee je die ‘mythes’ zogenaamd ontkrachtte, kende ik niet uit de wetenschap, maar louter uit de voetbalkantine.
“Veel”.
“Een groot deel”.
“De meeste”.
“Bijna niemand”.
“Nauwelijks”.
“Een veelvoud”.
Nou ja, er stond één cijfer in.
Je beweerde: “Negen van de tien migranten zijn arbeidsmigranten, deels vanuit de EU”.
Negen van de tien.
Op de openbare lagere school in Bergambacht leerde ik ooit, ik denk in de vierde klas: da’s negentig procent.
De waarheid volgens het CBS?
In 2023 kwamen er 336.160 immigranten naar Nederland, onder wie 70.055 arbeidsmigranten.
Da’s 20,8 procent, Leo.
Geen negentig.
Je kwam niet eens in de buurt.
Ander controleerbaar ‘feit’?
“Vanaf 2010, vanaf de kabinetten-Rutte, is het aantal migranten sterk gestegen.”
De waarheid volgens het CBS?
Die stijging begon al in 2006, en in 2010 zaten we op 154.400.
Dat het daarna doorging, klopt.
Maar de premier die het begin ervan meemaakte, heette Balkenende.
Dan de criminaliteit.
Als je jonge mannen met jonge mannen vergelijkt, is er volgens jou “nauwelijks verschil” in de criminaliteitscijfers.
Klinkt geruststellend.
Dus vergelijken we. Leeftijdgenoten met leeftijdgenoten, zoals jij het wilt.
De waarheid volgens het CBS?
In 2023 stond van de 12- tot 25-jarigen van Nederlandse herkomst 1,2 procent als verdachte geregistreerd. Bij jonge migranten 1,6 procent.
Dat punt gun ik je, Leo.
Maar bij hun leeftijdgenoten van de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders is het 3,4 procent.
Bijna drie keer zoveel.
(Advertentie)
Binnen die groep: Marokkaanse herkomst 4,5 procent, Nederlands-Caribische herkomst 5,9 procent.
Bijna vier respectievelijk bijna vijf keer zoveel.
En dan drukken de meisjes het gemiddelde nog.
Eerlijk is eerlijk: in het interview komt één alinea later “een onevenredig deel” van de criminaliteit ineens wél van kansloze asielzoekers. En dat nakomelingen van arbeidsmigranten vaker op de rechtbankrollen staan, kan volgens jou “ook kloppen”.
“Nauwelijks verschil” dus.
Op “een onevenredig deel”, “vaker” en bijna vijf keer zoveel na.
Welk onderzoek noemde je?
Welke percentages?
Welke populaties?
Je weet wel, feiten. Van die vervelende dingen die echte wetenschappers normaal gesproken gebruiken om iets aan te tonen.
En dan je pièce de résistance.
“Als je alle migranten wegtovert, hebben we een gigantisch probleem”.
Goh.
Als je morgen alle verpleegkundigen wegtovert ook.
En alle vrachtwagenchauffeurs.
Bij de hoogleraren migratiegeschiedenis duurt het misschien wat langer voor iemand het merkt.
Maar op de rem trappen, vooral bij asielmigratie, is iets anders dan alle migranten die er al zijn wegsturen. De vraag is hoeveel er nog bíj moeten.
Minder migranten willen is volgens jou wel een legitiem standpunt.
Waarom dan die valse tegenstelling erin gooien?
Je bent wetenschapper, geen cabaretier.
Het kwalijke is: de AD-redactie zette uitgerekend dat citaat in de kop.
“Deze wetenschapper streed zijn hele carrière tegen de onderbuik: ‘Als je alle migranten wegtovert, hebben we een gigantisch probleem’”
Ja, er was ook een verslaggever aanwezig bij jouw college ‘Witwassen van de asieltsunami’.
Ene Rik Spekenbrink.
Zijn specialiteiten volgens zijn ‘bio’ op AD.nl: extremisme, terrorisme en maatschappelijke onrust.
Dat verklaart veel.
Bijvoorbeeld waarom meneer de verslaggever bij al jouw ‘veels’, ‘grote delen’, ‘meeste’, ‘bijna niemands’, ‘nauwelijksen’ en ‘veelvouden’ niet één keer met de voor de hand liggende vraag kwam.
“Hoeveel precies, professor?”
Want de feiten, die zouden maar tot maatschappelijke onrust leiden.
Groet,
JanD PS.
Cadeautje. Dat kan natuurlijk maar één ding zijn.


