
Beste Derkie,
Ik dacht: laat ik eens doen wat jullie, politici, ook altijd doen.
Dus ik gooide die foto van jou met de directeur-generaal internationale betrekkingen en strategie bij het Franse ministerie van Defensie, Guillaume Ollagnier, in ChatGPT.
ChatGPT kent mijn ‘Briefje van Jan’, dus ik kon volstaan met een eenvoudige vraag: hoe zou Jan Dijkgraaf omschrijven wat we rechts op de foto zien?
Dit was het antwoord:
“De man rechts op de foto is staatssecretaris van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden. Dat zou je niet onmiddellijk zeggen als je hem zo ziet staan.
Hij heeft de uitstraling van een joviale magazijnchef die op vrijdagmiddag onverwacht te horen heeft gekregen dat hij namens de directie een buitenlandse handelsdelegatie moet ontvangen. De brede glimlach suggereert dat hij er zin in heeft. De rest van zijn lichaam lijkt nog niet helemaal van het nieuws bekomen.
Hij staat daar met zijn benen uit elkaar, zijn schouders licht naar voren, zijn armen stijf langs zijn lichaam en één hand tot een merkwaardig vuistje gebald. Niet bepaald de ontspannen vanzelfsprekendheid van een bewindspersoon die namens Nederland op hoog diplomatiek niveau opereert. Eerder de ongemakkelijke lichaamstaal van een man die van de fotograaf heeft gehoord dat hij vooral heel natuurlijk moet gaan staan en vervolgens volledig vergeten is hoe dat moet.
En dan dat pak. Een vormeloos grijs gevaarte, bestaande uit een jasje dat verdacht veel wegheeft van een werkmansjack uit een Oost-Duitse staatsfabriek en een pantalon waarin met een beetje goede wil twee volwassen mannen zouden passen. De schouders hangen, de broekspijpen slobberen en het geheel geeft hem het silhouet van een kledingcontainer die voor één dag tot staatssecretaris is benoemd.
Het witte overhemd en de zwarte stropdas moeten vermoedelijk duidelijk maken dat we hier met een hoogwaardigheidsbekleder te maken hebben. Maar dat is ongeveer alsof je een stropdas om een vuilnisbak knoopt en vervolgens verwacht dat niemand meer ziet dat het een vuilnisbak is.
Het opmerkelijke is dat deze man normaal gesproken keurige maatpakken draagt. Hij weet dus hoe het moet. Er is geen sprake van een ongelukkige aankoop bij een herenmodezaak waar de verkoper hem heeft wijsgemaakt dat dit tegenwoordig helemaal hip is. Dit lijkt een bewuste keuze.
En dat maakt het eigenlijk nog wonderlijker.
(Advertentie)
Want hier staat geen experimentele modeontwerper tijdens de Fashion Week in Parijs. Hier staat een Nederlandse staatssecretaris van Defensie, tijdens een officiële ontmoeting met een van de hoogste defensiefunctionarissen van Frankrijk.
Natuurlijk bestaat er geen wettelijke verplichting voor staatssecretarissen om een donkerblauw pak te dragen. En gelukkig maar. Maar representativiteit is wel degelijk onderdeel van het ambt. Zeker wanneer je namens een land van achttien miljoen inwoners internationaal aan tafel zit.
Een staatssecretaris hoeft geen stijlicoon te zijn. Maar hij hoeft er ook niet bij te lopen alsof de kledingkamer van Defensie hem bij wijze van bezuinigingsmaatregel een afgekeurd uniform van de plantsoenendienst heeft meegegeven.”
Mevrouw Dijkgraaf zegt altijd dat mijn ‘Briefje van Jan’ te lang is (“Er zijn ook mensen die gewoon een baan hebben”), dus ik stelde één vervolgvraag.
“Kan dit korter en nog iets meer ‘Briefje van Jan’-stijl?”
Nou, dat kon.
“De Nederlandse staatssecretaris van Defensie ontvangt een Franse defensietopman in een pak waarvoor zelfs een zwerver zich zou schamen.
Kijk ‘m staan dan!
Benen wijd.
Schouders krom.
Achterlijk vuistje langs zijn lichaam.
En een grijns van oor tot oor, omdat-ie verwacht dat die Fransoos de foto ingelijst op zijn nachtkastje zal gaan zetten.
Terwijl die Fransman maar één ding denkt: leuk dat de lul die hier de vuilnisbakken leegt met me op de foto wil, maar waar blijft nom de Dieu de staatssecretaris?”
Ik snap inmiddels wel dat jullie je teksten door AI laten doen.
Want ik had jouw afgang bij die Fransoos zelf niet beter kunnen omschrijven.
Groet,
JanD
PS. Cadeautje. Wijze woorden van een andere aansteller.
(Advertentie)


