
Meneer Timmermans,
Normaal gesproken drink ik limonadesiroop of Chocomel, maar gisteren ben ik een keer helemaal uit de band gesprongen.
We zaten bij de beste Italiaan van heel Lemmer en na de carpaccio al tonno, de cotoletta alla Milanese en de verse tiramisu besloot ik het op een zuipen te zetten.
Ik nam niet één, maar twéé ijskoude limoncello’s.
Mierzoet smaakten ze.
Ik sta niet bekend als een feestvarken, dus zowel mevrouw Dijkgraaf als de mensen in de bediening die mij al een tijdje kennen verbaasden zich over mijn uitgelaten stemming.
Toen ik op mijn stoel ging staan en Domenico Modugno’s ‘Volare’ begon te zingen, kon mevrouw Dijkgraaf het niet langer aanzien.
“Jan, doe even normaal joh!”
“Hoezo?”
“De belastingaanslag viel mee en het gaat hartstikke goed met je Substack, maar da’s toch geen reden om de boel hier op stelten te zetten? Iedereen hier kent jou als een saaie sukkel!”
Weet u, meneer Timmermans, ze had gelijk ook.
(Advertentie)

Maar ik was nu eenmaal in opperbeste stemming, want ik had iets te vieren.
Niemand bij de Italiaan snapte wat dat was.
U wel.
Het was gisteren namelijk precies een jaar geleden dat Nederland behoed werd voor een ramp van ongekende omvang.
Op 19 juni 2025 diende GroenLinksPvdA-Kamerlid Kati Piri die kansloze motie in waarmee alle inwoners van Israël kanonnenvoer voor de islamitische terreurstaten zouden worden.
Die dag was uw uitzicht op het premierschap verdwenen.
Wat mij betreft maken we van 19 juni voortaan een nationale feestdag.
Groet,
JanD
PS. Cadeautje. Dat is nu eenmaal de wachtgeldassociatie die ik bij u heb.

