
Beste Sophie,
Ik moet je iets vertellen over afgelopen nacht.
Het gebeurde rond kwart over drie.
Ik schoot opeens rechtop in bed. Echt schíeten, alsof iemand een veer in mijn ruggengraat had losgelaten. Van horizontaal naar verticaal in een fractie van een seconde.
Mijn hart bonkte in mijn borstkas.
Ik voelde het zweet in koude straaltjes langs mijn nek naar beneden lopen.
Mijn handen grepen het dekbed vast, zo stevig dat ik voelde dat mijn knokkels wit werden.
Mijn longen leken wel gekrompen, want ik ademde in een bizar hoog tempo verse zuurstof in en uit.
Mijn lippen en keel waren kurkdroog en ruw, alsof ik de hele boel bij elkaar had geschreeuwd.
En ik róók mezelf. Een heel scherpe, zure geur. Zo’n geur waarvan je hoopt dat alleen forensisch experts hem herkennen. Die van doodsangst.
Vijf seconden.
Tien seconden.
Ik begon mezelf toe te spreken: “Dit ben ik. Dit is mijn slaapkamer. Ik moet een nachtmerrie hebben gehad.”
Het hielp nauwelijks.
(Advertentie)
Naast me ritselde het.
Mevrouw Dijkgraaf, wakker geworden van mijn herrie.
“Wat is er?”, vroeg ze.
Ik haalde adem.
“Ik droomde dat er weer een pandemie uitbrak.”
Ze probeerde me gerust te stellen.
“Dromen zijn bedrog, joh. Het zal wel loslopen.”
“En dat Sophie Hermans dan onze minister van Volksgezondheid is.”
Even bleef het stil.
“Sophie Hermans ís onze minister van Volksgezondheid.“
Ik heb de rest van de nacht niet meer geslapen…
Groet,
JanD
PS. Cadeautje. Voor als jij ook een keer zo’n nacht hebt.
Disclaimer: ‘Briefje van Jan’ verschijnt iedere dag en is gratis te lezen. Wil je een kleine donatie doen, dan kan dat via deze link. Veel dank, mede namens mevrouw Dijkgraaf!

