Op mijn zestiende stond ik voor het eerst in de krant.

‘Een kleine regelneef’ stond er boven een interview dat ik gaf aan de Schoonhovense Krant. Ik droeg op de foto een colbertje en de haartjes (jaja) waren keurig gekapt.

“Als ik later ga trouwen, moet er wel een opvolger zijn”, zei ik over mijn functie bij een badmintonclub.

Mij hoef je niet uit te leggen wat pedanterie is.

Ik moest aan mijn gênante optreden denken toen ik tijdens het debat over de regeringsverklaring D66-minister Jaimi van Essen achter Rob Jetten zag zitten.

Verschil: ik groeide er eerder overheen.