Lieve Lale,

Mijn broer Jan moet jou niet.

Dat is niet altijd zo geweest.

Toen jij ooit je boek ‘Ik ga leven’ liet schrijven bij uitgeverij Prometheus, was hij uiterst positief over je.

Hij zei destijds op een familieverjaardag: “IJzersterk dat een jonge vrouw die afstand heeft genomen van haar geloof in de openbaarheid treed en voortaan als voorbeeld kan dienen voor andere meisjes die de onderdrukking van de islam willen ontvluchten”.

“Dat komt gewoon omdat je een hekel aan moslims hebt”, antwoordde.

“Nee, aan de cultuur van de islam”, antwoordde hij dan. “En dan heb ik het niet eens over de drang van salafisten om het vrije westen te veroveren en ook ons hun middeleeuwse regeltjes op te leggen!”

Je snapt dat dat niet de gezelligste familieverjaardag werd.

Ik hoorde immers van mensen in mijn kringen, zoals Khautar Bouchallikht en Ahmed Marcouch, heel andere verhalen dan die onderdrukkingshoax.

(Advertentie)

Dat moslima’s allemaal geheel vrijwillig een hoofddoek droegen.

Dat ze louter uit liefde voor hun man meegingen naar het kamp van Deash waar hij na al die wegens discriminatie mislukte sollicitaties in Nederland een baan als verzetsstrijder had gevonden.

En dat ze het besnijden van jonge meisjes -net als de joden bij jongetjes- vooral zagen als een kwestie van hygiëne.

Enfin, ik kreeg gelijk.

Want mijn broer Jan greep daarna allerlei gelegenheden aan om jou, zoals hij dat noemt, “even met beide varkenspootjes terug op aarde te zetten”.

Als jij vanwege je arbeidsethos ondanks hoge koorts tóch je column in De Telegraaf inleverde (bijvoorbeeld die waarin je aankondigde op CDA-leider Henri Bontenbal te stemmen), schreef hij zo’n rotstukkie.

Toen Heleen van Royen wilde meeliften op jouw bekendheid en je voor een kunstproject gedragen slipjes van jezelf ging verkopen, wist ik in mijn Lemster doorzonwoning wel dat er de volgende dag een klein kaal mannetje in Eesterga zo’n door drie man en een paardenkop gelezen ‘Briefje van Jan’ aan jou ging zitten tikken.

En toen je je schuldig maakte aan het doxen van één van zijn kinderen (en dus mijn neefjes), ging hij meteen uit van kwade intenties.

“Hoe kan iemand die op elke straathoek van het land met een megafoon staat te toeteren dat ze zo ernstig bedreigd wordt zich nou zélf schuldig maken aan doxing”, vroeg mijn broer Jan me, toen ik hem een dag later in de supermarkt tegenkwam.

(Advertentie)

“Kan het ook zijn dat dat een vergissing was”, vroeg ik nog.

Maar dat was slechts olie op het vuur.

“Het wicht is verdomme wetenschappelijk opgeleid”, riep mijn broer Jan, terwijl hij boos wegbeende. “Ze wilde kort voor ze op Henri Bontenbal zou gaan stemmen nog voor de VVD de politiek in! Minister-president worden zelfs, geloof ik!”

Ik liet het maar.

Eigenlijk schrijf ik jou vooral om je vanuit de familie Dijkgraaf een hart onder de riem te steken. We zijn niet allemaal zoals mijn broer Jan. Gelukkig niet, zeg!

Ik las dat jij donderdag van de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) te horen hebt gekregen dat ze stoppen met jouw persoonsbeveiliging.

Je wachtte -terecht!- geen dag om dat nieuws zelf via het ANP naar buiten te brengen.

Waarbij je zei: “Nederland leert nooit van haar fouten. Na Peter R. de Vries, na Pim Fortuyn, na Theo van Gogh, het boeit ze geen ene moer. Ze laten me zomaar vallen…”

Ik snap je woede volkomen.

Waarom wel zo’n Geert Wilders beveiligen en niet Lale Gül?

Daar kan maar één ding achter zitten.

(Advertentie)

En dan doel ik niet op het dreigingsniveau of het feit dat de NCTV geleid wordt door een stelletje domme hbo’ers, als je begrijpt wat ik bedoel.

Je hebt één geluk: dat Mai Spijkers je uitgever is.

Die zorgt bij je collega-schrijver Eus ook altijd voor adequate beveiliging, begreep ik.

Dus die zal in jouw geval ook zijn verantwoordelijkheid wel nemen.

Jouw veiligheid is Mai Spijkers vast meer waard dan zijn bankrekening.

Toch?

Hoe dan ook: sterkte en een dikke kus!

Kees Dijkgraaf

PS. Cadeautje. Want alles wat je veel gebruikt slijt.