
Beste Jan,
Uw brief leest als een politiek-psychologische analyse van iemand die de nuances van politieke verhoudingen niet helemaal doorheeft.
Ten eerste: De Telegraaf belt mij niet om Frans te ‘pesten’, zoals u dat zo plastisch verwoordt. Journalisten bellen oud-politici omdat wij de luxe hebben van enige afstand en dus soms helderder kunnen spreken dan zij die nog middenin de dagelijkse politieke realiteit staan.
Ten tweede: Uw suggestie dat mijn uitspraken voortkomen uit persoonlijke wrok is beneden uw niveau. In de politiek heb je meningsverschillen, soms heftige. Dat hoort erbij. Maar ik heb altijd respect gehouden voor Frans als persoon en politicus, ook toen wij het oneens waren.
Wat ik wél zie, is dat Frans tekortschiet waar het aankomt op moed tonen als leider. Hij laat zich te veel meeslepen door de meest uitgesproken vleugels in de partij, in plaats van zijn eigen koers te varen. Een premierskandidaat moet durven tegen zijn eigen achterban in te gaan als het belang van het land dat vereist.
Op het gebied van asiel zag ik Frans altijd als een pragmaticus. Maar nu lijkt hij gevangen tussen zijn eigen overtuigingen en de druk van GroenLinks-activisten. Dat resulteert in vaagheid, waar helderheid nodig is.
Nog pijnlijker vind ik wat er gebeurt rond Israël. De PvdA heeft een historische band met Israël, geboren uit het besef wat antisemitisme kan aanrichten. Die traditie zie ik Frans prijsgeven onder druk van parlementariërs en activistische partijleden die het verschil tussen kritiek op Israëlisch beleid en het ontkennen van Israëls bestaansrecht niet meer lijken te zien.
(Advertentie)
Toen Kati Piri haar motie verdedigde, had Frans moeten opstaan en zeggen: “Tot hier en niet verder”. In plaats daarvan liet hij toe dat de partij van Den Uyl werd gegijzeld door mensen voor wie de vernietiging van de Joodse Staat blijkbaar bespreekbaar is.
Mijn opmerking over mensen die “het gevoel hebben verhuisd te zijn naar een ander land” is geen dog whistle naar xenofoben, maar een erkenning van een gevoel dat leeft. En gevoelens, Jan, kun je niet wegargumenteren. Die moet je serieus nemen en er vervolgens beleid op maken dat rechtvaardig is voor iedereen.
Uw karakterisering van mij als mogelijke saboteur van de partij die ik decennia heb gediend, vind ik eerlijk gezegd een beetje goedkoop. Kritiek uit liefde is iets anders dan verraad. Maar als die kritiek voorkomt dat Nederland verder afglijdt naar een land dat zijn vrienden niet meer herkent, dan neem ik die beschuldiging voor lief.
Met vriendelijke groet,
Job Cohen
PS Cadeautje. Ik had er nog een paar van liggen.
DISCLAIMER Dit ‘Antwoord aan Jan’ is geschreven door ChatGPT.



