
Meneer Schoof,
Dus u werd gisteravond in uw kamer bezocht door uw partner Loes.
Loes is altijd heel geïnteresseerd in uw welbevinden, dus ze vroeg wat u die dag allemaal had meegemaakt op kantoor.
Terwijl Loes een glaasje water voor u inschonk, ging u staan en begon u te praten.
“In een telefoongesprek met Netanyahu heb ik met klem opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en drastische verbetering van de verschrikkelijke humanitaire situatie in Gaza. Israël moet de afspraken uit het humanitaire akkoord met de EU nakomen. Dat Israël de oorlog in Gaza intensiveert, verergert de nu al catastrofale situatie alleen maar verder.”
U keek of u door de vleugelwiekbewegingen die u altijd met die handjes maakt als u praat de inmiddels op een stoel neergestreken Loes niet knock-out geslagen had.
Dat was niet het geval.
Dus u ging door.
(Advertentie)
“Het is cruciaal dat Hamas alle gijzelaars vrijlaat, de wapens neerlegt en geen enkele rol mag spelen in de toekomst van Gaza. Verder heb ik onderstreept dat Nederland iedere stap die de tweestatenoplossing ondermijnt veroordeelt, zoals het Israëlische E1-bouwplan van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.”
Toen u zag dat Loes nog altijd rustig op haar stoel zat, ging u verder.
“Een eindeloos voortdurende oorlog is in niemands belang. Die oorlog en het leed moeten stoppen. Nederland blijft zich daar, samen met onze partners, voor inzetten.”
U keek haar na het uitspreken van die laatste woorden trots aan.
“En ik heb het op het internet gezet.”
“Goe…”
Loes blijft ook privé altijd een beetje de psycholoog die ze in het dagelijks leven is én ze houdt van u, dus ze slikte net op tijd de opmerking in dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu wel heel erg geschrokken zal zijn van dat telefoontje.
In plaats daarvan zei ze: “Goed gedaan, schatje”.
“Vind je”, vroeg u.
(Advertentie)
“Ja, natuurlijk! Ik zal aan de kliniek doorgeven dat ze je morgen misschien wel een tijdje alleen door de tuin kunnen laten lopen.”
“Mag ik dan rennen?”
“Jij mag rennen, lieverd.”
Daarna gaf Loes u een aai op uw bolletje en verliet de kamer.
Ach, meneer Schoof, u moet maar zo denken: het kan altijd erger.
Er zitten in die kliniek meer mensen die oprecht geloven dat ze Jezus Christus zijn, dan mensen die denken dat ze premier van Nederland zijn.
Groet,
JanD
PS, Cadeautje! Dat zal u van pas komen in de tuin!




