
Beste Eus,
Het Ministerie van Financiën wil niet dat wij de columns lezen die jij voor magazine ‘Wij zijn Financiën’ schrijft.
Dankzij de voortreffelijke onderzoeksjournalist Bart Nijman is er nu toch eentje uitgelekt.
Die ging als volgt:
“Toen ik voor het eerst wat geld ging verdienen, met meerdere werkgevers in de mediawereld, merkte ik vooral dat ik veel dingen niet wist. Er moesten opeens allerlei verzekeringen worden geregeld, belastingen betaald en later ontdekte ik dat een eigen koophuis ook allerlei financiële verantwoordelijkheden met zich meebracht.
In het begin deed ik gewoon niets, in de hoop dat alles zich vanzelf zou oplossen. Maar dat was natuurlijk geen lang leven beschoren. Zeker toen mijn inkomen steeg. Ik raadpleegde mijn uitgever en hij strooide zoveel informatie tegelijk over me heen, dat ik helemaal tureluurs werd – mijn assertiviteit maakte plaats voor onzekerheid.
Wat veel mensen niet weten, en wat ik leerde na een paar gesprekken met jeugdvrienden, is dat een jeugd in armoede iemand totaal onbeholpen kan maken als het gaat om geldzaken”.
(Advertentie)
“De verklaring daarvoor is simpel: er was nooit zakgeld, een kledingbudget bestond niet, laat staan een spaarrekening, waardoor honderdduizenden kinderen weliswaar de magie en de status van biljetten kenden, maar geen benul hadden van hoe ze ermee moesten omgaan.
Als je ouders altijd in het rood staan, kan je ook niet verwachten dat zij jou financieel opvoeden. Je leert vooral dat geld iets negatiefs is. Want fysiek is het er nooit. En ongemerkt zorgt het voor stress en ellende binnen gezinnen.
Wat ik nu ga schrijven, berust niet op wetenschappelijk onderzoek, maar in de praktijk klopt het meestal. Altijd als ik mannen of vrouwen tegenkom die veel cash op zak hebben, vraag ik of ze vroeger in armoede zijn opgegroeid. Dat is dus vaak het geval. De ellende van telkens in het rood staan, blijft zo diep in je vezels zitten, dat je zelfs tientallen jaren later nog steeds met een vreemdsoortige angst rondloopt om terug te keren naar die situatie.
We worden in veel zaken onderwezen: autorijden, sporten, taal en noem maar op. Maar een grootschalig initiatief om te leren hoe je met geld omgaat is er niet. Pas als je problemen hebt, hoor je van het Nibud. Er bij veel inkomsten melden de banken zich met verhalen over beleggen. Maar dan sla je eigenlijk een stap over. Een basiscursus over hypotheken, rentes en vermogensspreiding zou veel handiger zijn.
Voor de meeste mensen die altijd in een sociale huurwoning hebben geleefd, met ouders die in het rood stonden, zijn al deze zaken abracadabra. Ik spreek uit ervaring. Inmiddels heb ik het voor mezelf tamelijk goed geregeld. Maar dat was niet omdat iemand me hielp. Ik moest zelf de jungle in en het allemaal begrijpen.”
Ik ben vandaag geslagen door de gesel der mildheid, Eus.
Dus ik ga je niet aanvallen op de krakkemikkige stijl.
(Advertentie)
Of je vriendin Anna, die wel goed is met taal, bekritiseren dat ze het stuk niet even door de machine trok.
Integendeel!
Ik ga je een compliment geven.
Bart Nijman achterhaalde namelijk ook dat je voor deze 417 woorden van het Ministerie van Financiën 945 euro (exclusief 21 procent BTW) hebt gekregen.
Dat is 2,27 euro per woord.
Alleen met dat ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’, ‘ik’ en ‘ik’ heb je al 31,73 euro binnen geharkt.
En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat je sommige van die teksten niet eens opnieuw schrijft, maar gewoon kopieert en een beetje aanpas.
Want wat schreef je op 21 februari in je column in het Algemeen Dagblad, ook niet voor een boekenbon?
“Als ik tegenwoordig mensen met biljetten op zak zie van wie ik het niet zou verwachten, vraag ik altijd naar hun jeugd. Bijna allemaal vertellen ze dan over de ontberingen.”
Move the product, heet dat.
Althans, zo noemde Martin Bril het als hij de kassa voor de tweede, derde of vierde keer liet rinkelen met dezelfde stukken tekst.
Chapeau, Eus!
Melk de koe maar lekker tot de laatste druppel uit.
Als ze bij het Ministerie van Financiën of het Algemeen Dagblad willen pronken met een (zogenaamde) oud-crimineel, laat ze dan maar bloeden ook.
Groet,
JanD
PS. Cadeautje! Want je weet dat ik al jaren een zwak voor je heb.




